Ventilatie

Voor een gezond binnenklimaat is het zeer belangrijk om goed te ventileren. Dit geldt uiteraard zowel voor woningen als bedrijven. Dit kan op een aantal manieren worden gerealiseerd:
  • natuurlijke ventilatie
  • mechanische ventilatie
  • balansventilatie

Natuurlijke ventilatie

Hierbij geschiedt de luchtstroming via al dan niet opzettelijk aangebrachte openingen en kieren in de gevel op natuurlijke wijze (zonder ventilator). Dit systeem wordt tegenwoordig niet meer toegepast.

Mechanische ventilatie

De meest gangbare vorm is de mechanische afzuiging, waarbij de lucht in de vertrekken (keuken, toilet en badkamer) via een kanalensysteem door een ventilator wordt afgezogen en naar buiten geblazen. De toevoerlucht wordt via kieren en/of roosters naar binnen gezogen. Hierdoor ontstaat een beter binnenklimaat vooral in de `natte` ruimten.

Balansventilatie

Bij balansventilatie wordt gelijktijdig evenveel lucht toegevoerd als afgezogen. Er worden dus twee kanalensystemen aangelegd. De toevoerventilator zuigt verse buitenlucht naar binnen en brengt deze in de verblijfsruimten (woonkamer, slaapkamers). De lucht uit de af te zuigen ruimten (keuken, toilet, badruimte) wordt door de afzuigventilator via de warmtewisselaar naar buiten geblazen. In de warmtewisselaar kruisen toevoer- en afvoerlucht elkaar, waardoor de afvoerlucht de toevoerlucht opwarmt. Indien dit gebeurt met een rendement van minimaal 90% is er sprake van een HR-unit. In de zomerperiode zal het echter niet wenselijk zijn dat de buitenlucht wordt opgewarmd. Hiervoor is (optioneel) een bypassregeling leverbaar.
Bij balansventilatie is het dus niet langer noodzakelijk (en zelfs niet gewenst) om (afsluitbare) roosters in de buitengevel (ramen) aan te brengen. Dat hierdoor een aanzienlijke energie- en kostenbesparing, alsmede een comfortverbetering wordt gerealiseerd zal duidelijk zijn. Er wordt bovendien bespaard op benodigd ketel- en radiatorvermogen, omdat de post warmteverliezen door ventilatie bijna geheel komt te vervallen.